Isolatie sociale huurwoningen verloopt te traag

GroenLinks/PE heeft Raadsvragen gesteld over de Prestatieafspraken voor 2016 met Woonstede, Plicht Getrouw en de Huurdersbond. Deze zijn nog niet aangepast aan de doelstellingen van het Landelijk Energie Akkoord 2013. Leest u hieronder de bijdrage van Raadslid Pieter Gerard van den Berg.

Raadsvragen Groenlinks/PE, ingevolge artikel 43 van het reglement van orde van de gemeenteraad van Ede.

Onderwerp: Waarom voldoen de prestatieafspraken sociale woningbouw 2016 nog altijd niet aan de afspraken uit het landelijk energieakkoord?

Op 10 februari 2016 jl. zijn de prestatieafspraken woningbouw ondertekend door de gemeente Ede, de woningbouwcorporaties en de Huurdersbond (zie ingekomen stukken raadsvergadering 11 februari 2016). Onder punt 5 van de afspraken lezen wij “Eind 2025 hebben de Woonstede-woningen gemiddeld energielabel B”. Die doelstelling komt uit het lokale klimaatconvenant van 2011. Plicht Getrouw vond destijds een gemiddeld energielabel C voldoende. In 2013 is echter een landelijk energieakkoord gesloten tussen de rijksoverheid en o.a. gemeenten en woningcorporaties. Hierin is afgesproken dat woningcorporaties hun woningvoorraad in 2020 op het niveau van gemiddeld een energielabel B zullen brengen, dus al 5 jaar eerder dan waar ons lokale convenant vanuit ging. Het is de rol van de gemeente om via de jaarlijkse prestatieafspraken te borgen dat de corporaties zich ook aan de afspraken houden. Wij constateren dat dit niet is gebeurd.

Uit een recente enquête van de Huurdersbond onder haar leden blijkt bovendien dat een grote meerderheid van huurders het tempo niet wil verhogen en een groot deel vindt dat aan de huursector dezelfde prestatie zou moeten worden gevraagd als aan de koopsector. Wij hebben de Huurdersbond gevraagd om een toelichting. Het wordt enerzijds als onrechtvaardig ervaren dat woonlasten sterk stijgen (de Huurdersbond spreekt van een gemiddelde huurverhoging van bijna 30% in de periode 2010-2015, zie toelichting onderaan), terwijl het rendement van de energiemaatregelen voor de huurders behoorlijk zou tegenvallen. Per saldo zouden huurders door de getroffen energiemaatregelen duurder uit zijn. Dit zou volgens de Huurdersbond ook blijken uit een evaluatie van het klimaatconvenant uit 2011, die is gehouden op grond van de prestatieafspraken met de gemeente uit 2015.

Anderzijds dalen in de koopsector de gemiddelde woonlasten o.a. als gevolg van lage rente. Aan woningeigenaren worden geen eisen gesteld als het gaat om klimaatmaatregelen. Ze kunnen zelf besluiten of ze willen investeren in energiemaatregelen of niet. Huurders hebben die vrijheid niet of nauwelijks. Woningeigenaren profiteren financieel bovendien volledig van de investeringen in hun woning, maar huurders niet. “Waarom zouden de financieel minder draagkrachtige sociale huurders meer in klimaat-maatregelen moeten investeren dat de gemiddeld genomen rijkere kopers?”, zo vraagt de Huurdersbond zich af. Het is duidelijk dat de woonlasten voor de laagst betaalden in de laatste jaren onevenredig zijn gestegen en dat de ongelijke kosteneffecten van klimaatmaatregelen, die daar bovenop zijn gekomen het draagvlak voor de noodzakelijke versnelling  van energiemaatregelen ondergraven. Beide ontwikkelen vindt onze fractie zeer zorgelijk.

Onze fractie heeft over bovenstaande onderwerp daarom de volgende vragen aan het College:
1. Waarom heeft de gemeente Ede de prestatieafspraken voor 2016 met Woonstede, Plicht Getrouw en de Huurdersbond nog altijd niet aangepast aan de doelstellingen van het landelijk energieakkoord 2013?
2. Hoe kan het dat ons gemeentebestuur zich ten doel stelt in 2020 tot de meest duurzame gemeenten van Nederland te behoren en dan instemt met een programma voor 20% van onze woningvoorraad, wat nog niet eens aan de landelijke minimumnormen voldoet?
3. Waarom is dit belangrijke onderdeel van het landelijk energieakkoord niet opgenomen in ons lokale uitvoeringsprogramma duurzaamheid?
4. Welke actie gaat het college ondernemen om te zorgen dat de Edese woningvoorraad in 2020 voor huurders alsnog tijdig op het landelijk afgesproken peil wordt gebracht?
5. Is het college op de hoogte van de zorgen van de Huurdersbond over behoorlijk tegenvallende effecten van energiebesparende maatregelen?
6. Kan het college concrete gegevens verstrekken over het aan huurders voorgehouden verwachte verlaging van energielasten en het werkelijke rendement na realisering van de maatregelen? Als het effect van de genomen maatregelen inderdaad tegen valt , is er dan inzicht in de oorzaken daarvan?
7. Als dit er toe heeft geleid dat huurders per saldo meer zijn gaan betalen als gevolg van de genomen energiemaatregelen, dan zou dat in strijd zijn met de afspraken in het landelijk energieakkoord. Welke maatregelen treft het college in dat geval om te zorgen Edese huurders hier niet de dupe van worden?
8. Wil het college de raad op zo kort mogelijke termijn de uitkomsten van de evaluatie van het lokale klimaatconvenant 2011 tussen de Gemeente, De corporaties en de Huurdersbond doen toekomen?
9. Welke mogelijkheden ziet het college voor maatregelen die meer evenwicht kunnen brengen tussen de landelijk afgesproken inspanningen in de sociale huursector (waar Ede zich niet eenzijdig aan kan onttrekken) en de vrijblijvendheid voor particuliere woningbezitters ten aanzien van energiebesparende maatregelen en stimulering van hernieuwbare energie?
__________________________________
Toelichting: Deze huurverhoging van gemiddeld bijna 30%wordt in belangrijke mate veroorzaakt door landelijke maatregelen zoals de verhuurdersheffing. Maar voor zover huurverhogingen te maken hebben met getroffen energiemaatregelen wordt dit volgens de huurdersbond onvoldoende gecompenseerd door lagere energielasten.